ECLI:NL:RBDHA:2024:3466
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris niet in behandeling is genomen omdat Spanje verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 11 maart 2024 behandeld. Verzoekster en haar gemachtigde waren niet aanwezig, terwijl de staatssecretaris zich liet vertegenwoordigen.
Omdat op dezelfde dag in de hoofdzaak een uitspraak is gedaan, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.