ECLI:NL:RBDHA:2024:3578
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en motivering uitspraak op bezwaar
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning op 1 januari 2021, die is vastgesteld op €506.000. Eiser stelt een lagere waarde van €431.000 voor en voert aan dat verweerder niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe de waarde is bepaald en dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende is gemotiveerd.
Verweerder heeft een taxatieverslag en een matrix met vergelijkingsobjecten overgelegd, waaruit blijkt dat de waarde is vastgesteld door systematische vergelijking met vergelijkbare woningen in de buurt. De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld en dat de motivering van de uitspraak op bezwaar voldoet.
De rechtbank wijst erop dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vergelijkingsobjecten onjuist zijn gewaardeerd of dat relevante stukken zijn achtergehouden. Ook is geen sprake van schending van het motiveringsbeginsel of andere beginselen van behoorlijk bestuur.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en blijft de WOZ-waarde van €506.000 gehandhaafd. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €506.000 blijft gehandhaafd.