ECLI:NL:RBDHA:2024:3693
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens status in Bulgarije
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, diende op 29 december 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Bulgarije sinds 2 augustus 2021.
Eiser betoogde dat de situatie voor statushouders in Bulgarije onhoudbaar is, met gebrek aan werk, onderdak en ondersteuning, en verwees naar rapporten en jurisprudentie die dit zouden onderbouwen. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de Bulgaarse situatie voor hem uitzonderlijk onveilig of onmenselijk is.
De rechtbank stelde vast dat eiser slechts korte periodes in Bulgarije verbleef en onvoldoende inspanningen heeft verricht om zijn rechten als statushouder te effectueren. De verwijzing naar een Duitse uitspraak werd niet overtuigend geacht, mede omdat de onderliggende informatie ontbrak.
Daarom bleef de niet-ontvankelijkverklaring in stand en werd het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.