ECLI:NL:RBDHA:2024:3754
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen toezending handhavingsbesluit aan klagers
Verzoekster, een besloten vennootschap, verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de toezending van een handhavingsbesluit door de Autoriteit Persoonsgegevens aan klagers zou schorsen. Verzoekster betoogde dat deze toezending de procedure tot openbaarmaking op grond van de Wet open overheid (Woo) doorkruist en dat het besluit naar verwachting geen stand zal houden, met onevenredige schade als gevolg.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de toezending van het handhavingsbesluit aan klagers een feitelijke handeling is op grond van artikel 3:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. Tegen een feitelijke handeling is geen bezwaar mogelijk, waardoor het bezwaar van verzoekster naar verwachting niet-ontvankelijk zal zijn.
Verder stelde de voorzieningenrechter dat de toezending niet gelijkstaat aan openbaarmaking onder de Woo, omdat klagers het besluit ontvangen als belanghebbenden in de bestuursrechtelijke procedure. Indien verzoekster meent dat klagers ten onrechte als belanghebbenden zijn aangemerkt, kan zij dit via bezwaar en beroep aanvechten.
Gelet op het voorlopige karakter van de uitspraak en het ontbreken van concrete feiten die het standpunt van verweerder betwisten, zag de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen toezending van het handhavingsbesluit aan klagers wordt afgewezen omdat het een feitelijke handeling betreft waartegen geen bezwaar mogelijk is.