ECLI:NL:RBDHA:2024:3765
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening behoud tijdelijke bescherming vreemdeling Oekraïne
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 7 februari 2024 een terugkeerbesluit genomen waarbij is vastgesteld dat verzoeker vanaf 5 maart 2024 niet langer rechtmatig in Nederland verblijft en de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 moet verlaten. Dit besluit is gebaseerd op het einde van de tijdelijke bescherming onder Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek tot voorlopige voorziening ingediend om tijdens de behandeling van het beroep zijn tijdelijke bescherming en de bijbehorende voorzieningen te behouden. De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld en geoordeeld dat het verzoek kennelijk gegrond is.
De voorzieningenrechter benadrukt dat het voorlopige oordeel geen bindende werking heeft in het bodemgeding en dat de procedure zich niet leent voor een definitief oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Daarom wordt verzoeker voorlopig behandeld als een vreemdeling die nog onder de werking van Richtlijn 2001/55/EG valt totdat het beroep is beslist.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoeker wordt voorlopig behandeld als een vreemdeling onder Richtlijn 2001/55/EG tot het beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten betalen.