ECLI:NL:RBDHA:2024:3797
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken oorzakelijk verband gehoorproblemen
Eiser, voormalig militair van 1972 tot 1997, verzocht om verhoging van zijn militair invaliditeitspensioen (MIP) vanwege gehoorproblemen en verergerde PTSS-klachten. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek concludeerde een KNO-arts dat de gehoorproblemen niet samenhangen met het militaire dienstverband, maar passen bij ouderdomsslechthorendheid. Het eerdere onherroepelijke besluit uit 2014 stelde reeds vast dat de cardiale aandoening van eiser niet gerelateerd is aan zijn militaire dienst.
Eiser betoogde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn gehoorproblemen wel degelijk door lawaaischade in het leger zijn ontstaan, mede ondersteund door een audiocentrum. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig en goed onderbouwd was, waarbij de rapportage van het Centraal Militair Hospitaal zwaarder woog dan die van het Gelreziekenhuis. Tevens is het beroep op wetenschappelijke studies onvoldoende concreet voor zijn individuele situatie.
De rechtbank wees het beroep af omdat eiser geen nieuwe feiten of argumenten had aangedragen die het eerdere besluit konden wijzigen. Ook het beroep op verergering van PTSS door nalatigheid werd verworpen. Het beroep is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van een hoger militair invaliditeitspensioen is ongegrond verklaard.