ECLI:NL:RBDHA:2024:3839
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling geen rechtmatig verblijf van Unieburger met langdurig verblijf en belangenafweging
Eiser, een Poolse Unieburger die naar eigen zeggen 17 jaar in Nederland verbleef, werd geconfronteerd met een verwijderingsmaatregel omdat hij niet voldeed aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf na de vrije termijn van drie maanden. Hij was werkloos, niet werkzoekend en had geen aantoonbare middelen van bestaan. De staatssecretaris handhaafde het besluit na bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor duurzaam verblijfsrecht en dat de belangenafweging door verweerder zorgvuldig was gemaakt, waarbij onder meer werd meegewogen dat eiser dakloos was, geen vaste woonplaats had en geen reële kans op werk.
De stelling dat de verwijderingsmaatregel in strijd was met het lex certa-beginsel werd verworpen, aangezien verweerder voldoende informatie had verstrekt over het daadwerkelijk en effectief beëindigen van het verblijf. De rechtbank zag geen reden het beroep aan te houden voor nader onderzoek naar duurzaam verblijfsrecht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.