ECLI:NL:RBDHA:2024:3870
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en zicht op uitzetting naar Vietnam afgewezen
Eiser, een Vietnamese nationaliteithebbende vreemdeling, maakt bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelt dat er onvoldoende zicht is op uitzetting naar Vietnam en vraagt om opheffing van de maatregel en schadevergoeding.
De rechtbank toetst of sinds het sluiten van het laatste onderzoek op 8 februari 2024 de maatregel rechtmatig is voortgezet. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd waaruit blijkt dat herhaalde herinneringen zijn verzonden naar de Nederlandse ambassade in Hanoi, die volgens werkafspraken deze doorstuurt naar de Vietnamese autoriteiten. De rechtbank acht dit voldoende voor zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
Eiser heeft geen medewerking verleend aan terugkeer en heeft zijn identiteit niet onderbouwd. De rechtbank vindt geen concrete aanwijzingen dat de ambassade zich niet aan afspraken houdt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.