ECLI:NL:RBDHA:2024:5336
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring en uitzetting naar Vietnam ongegrond verklaard
Eiser, een Vietnamese nationaliteithebbende, is sinds 2 januari 2024 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank toetste of het voortduren van de bewaring sinds het laatste onderzoek op 13 maart 2024 rechtmatig was.
Eiser betoogde dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de aanvraag van een laissez-passer (LP) voor zijn uitzetting naar Vietnam, onderbouwd met een e-mail van de Vietnamese ambassade in Hanoi. Verweerder stelde dat de LP-aanvraag correct was ingediend en in behandeling was bij de Vietnamese autoriteiten, met bewijs van communicatie via een vaste contactpersoon bij de Nederlandse ambassade.
Hoewel eiser stelde dat verweerder het verzoek om aanvullende informatie van de Vietnamese autoriteiten pas laat had ontvangen, concludeerde de rechtbank dat verweerder het verweerschrift tijdig had ingediend en dat er geen sprake was van schending van de goede procesorde. De rechtbank vond dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld en dat eiser zelf geen actie ondernam om zijn uitzetting te bespoedigen.
De rechtbank oordeelde dat het voortduren van de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.