ECLI:NL:RBDHA:2024:3872
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen terugkeerbesluit en aanvraag verblijfsvergunning langdurig ingezetene EU
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning als langdurig ingezetene van de EU werd afgewezen en waarin tevens een terugkeerbesluit is genomen. De staatssecretaris heeft het bezwaar van eiser gehandhaafd. De rechtbank heeft het beroep op 8 maart 2024 behandeld en onmiddellijk uitspraak gedaan.
De rechtbank constateert dat het beroep zich uitsluitend richt op het terugkeerbesluit. Eiser heeft geen gronden aangevoerd tegen de vaststelling dat hij niet voldoet aan de voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunningen en dat hij ook niet in aanmerking komt voor verlenging van zijn verblijfsvergunning onder de beperking voor arbeid. Eiser had tot 20 januari 2023 rechtmatig verblijf, maar daarna ontbreekt een verblijfsrechtelijke titel.
De stelling van eiser dat hij is toegelaten tot een studie aan de Universiteit Maastricht en daarmee voldoet aan de verblijfsdoel 'studie' leidt niet tot een ander oordeel, omdat hij geen nieuwe verblijfsaanvraag heeft ingediend. Ook zijn betoog dat onvoldoende rekening is gehouden met persoonlijke omstandigheden en dat artikel 4:84 Awb Pro niet is toegepast, is onvoldoende geconcretiseerd.
De rechtbank concludeert dat het terugkeerbesluit terecht is genomen en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en de afwijzing van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard.