ECLI:NL:RBDHA:2024:3946
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens gebrek aan gegronde vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen rechter M.E. Kiers in een bestuursrechtelijke zaak tussen verzoeker en de heffingsambtenaar van de gemeente Noordwijk. Het verzoek richtte zich op vermeende vooringenomenheid van de rechter, onder meer omdat een zittingsdatum werd vastgesteld terwijl de gemachtigde van verzoeker op die datum absoluut verhinderd was.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzetten van een zittingsdatum een procedurele beslissing is die niet als grond voor wraking kan dienen. Daarnaast was de stelling dat de rechter in eerdere zaken systematisch ongunstige uitspraken deed onvoldoende geconcretiseerd om vooringenomenheid aan te nemen. Het enkele feit van eerdere ongunstige uitspraken leidt niet tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.
De wrakingskamer besloot het verzoek af te wijzen en het proces in de hoofdzaak voort te zetten zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek vond niet plaats omdat het debat over de gegrondheid niet aan de orde was. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter M.E. Kiers is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.