ECLI:NL:RBDHA:2024:3958
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen rechter J.J. Arts vanwege vermeende persoonlijke vooringenomenheid en het niet verplaatsen van een zittingsdatum terwijl de gemachtigde van verzoekster verhinderd was. Het verzoek betrof meerdere zaken tussen verzoekster en de heffingsambtenaar van de gemeente Leidschendam-Voorburg.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, en dat het enkel niet verplaatsen van een zittingsdatum een procedurele beslissing is die nooit grond voor wraking kan zijn. Daarnaast was de stelling dat de rechter in eerdere zaken steeds ongunstige uitspraken deed onvoldoende geconcretiseerd om vooringenomenheid aan te nemen.
De wrakingskamer verwees naar jurisprudentie (HR 16 december 2011) dat eerdere ongunstige uitspraken geen bewijs van vooringenomenheid vormen. Er werd geen mondelinge behandeling gehouden omdat het verzoek geen debat rechtvaardigde. Het wrakingsverzoek werd afgewezen en het proces in de hoofdzaken wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter J.J. Arts wordt afgewezen wegens onvoldoende concreet bewijs van vooringenomenheid en omdat procedurele beslissingen geen grond voor wraking vormen.