ECLI:NL:RBDHA:2024:4005
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht daarnaast om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting en overwoog dat de rechtbank op dezelfde dag al uitspraak had gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.1586), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Op grond hiervan wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.