ECLI:NL:RBDHA:2024:4017
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en afwijzing schadevergoeding
Eiser, met de Surinaamse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank toetst de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring vanaf 20 februari 2024, het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek.
Eiser stelde dat het voortgangsrapport niet tijdig was ingediend en dat er geen redelijk zicht was op uitzetting naar Suriname, wat de bewaring onrechtmatig zou maken. De rechtbank oordeelt dat het rapport binnen de gestelde termijn is ingediend en dat het zicht op uitzetting aannemelijk is, mede doordat de nationaliteit van eiser is bevestigd en een presentatie gepland stond.
De enkele stelling van eiser dat er geen zicht op uitzetting is, is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank constateert geen onrechtmatigheid in het voortduren van de maatregel en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.