Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[Naam],
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 20 maart 2024 de beroepen van drie eisers behandeld tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen. Deze besluiten zijn genomen omdat Bulgarije volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van deze aanvragen.
Eisers voerden aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege problemen met de Bulgaarse opvangvoorzieningen, risico op indirect refoulement en medische problemen van het zoontje van eiser 1. Ook wilden zij bij een oudere broer in Nederland verblijven. De rechtbank oordeelde dat deze stellingen onvoldoende onderbouwd zijn met bewijs en dat de Bulgaarse autoriteiten hun verantwoordelijkheid hebben aanvaard.
De rechtbank concludeerde dat er geen aanleiding is om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te verwerpen en dat de medische situatie niet zodanig is dat Nederland verantwoordelijk is. Het beroep op artikel 16 van Pro de Dublinverordening faalt wegens gebrek aan bewijs van een afhankelijkheidsrelatie. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.