ECLI:NL:RBDHA:2024:4171
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugkeerbesluit wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser, van Iraanse nationaliteit, diende op 8 juni 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde deze aanvraag buiten behandeling en legde een terugkeerbesluit op op 30 november 2023. Eiser stelde beroep in tegen dit terugkeerbesluit.
Tijdens de zitting op 24 januari 2024 verschenen eiser en zijn gemachtigde niet, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was. Uit het dossier bleek dat eiser op 21 juni 2022 met onbekende bestemming was vertrokken, zonder de staatssecretaris te informeren over zijn verblijfplaats. Tevens had de gemachtigde van eiser sinds 25 september 2023 geen recent contact meer met eiser.
De rechtbank overwoog dat volgens vaste rechtspraak een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt zonder contact te onderhouden met de gemachtigde, geen procesbelang heeft bij het beroep. Hierdoor verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ging niet in op de vraag of de gemachtigde bevoegd was het beroep in te stellen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.