ECLI:NL:RBDHA:2024:4223
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit Oekraïense vreemdeling na einde tijdelijke bescherming
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit van 7 februari 2024, waarbij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan verzoeker, een Oekraïense vreemdeling, heeft opgelegd Nederland te verlaten per 5 maart 2024 na het einde van zijn tijdelijke bescherming.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit, maar te laat. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het beroep niet op voorhand niet-ontvankelijk verklaard kon worden, omdat het besluit ten onrechte aan een andere advocaat was gestuurd en verzoekers gemachtigde sinds september 2023 bekend was.
De voorzieningenrechter vond dat het spoedeisend belang aanwezig was, omdat verzoeker anders zonder rechtmatig verblijf zou zijn. De inhoudelijke rechtsvragen lenen zich niet voor beantwoording in deze spoedprocedure, maar op basis van belangenafweging werd het belang van verzoeker om in Nederland te blijven tot de uitspraak zwaarder geacht dan het belang van verweerder om de terugkeer te effectueren.
Daarom werd het terugkeerbesluit geschorst en de uitzetting opgeschort totdat op het beroep is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker ad € 875,-. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit van 7 februari 2024 wordt geschorst en verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.