ECLI:NL:RVS:2024:32
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid staatssecretaris tot beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders uit Oekraïne per 4 september 2023
De zaak betreft het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de tijdelijke bescherming van derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne, die naar Nederland zijn gevlucht, te beëindigen per 4 september 2023. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, dat door de rechtbank Den Haag ongegrond werd verklaard. In hoger beroep vernietigt de Afdeling bestuursrechtspraak deze uitspraak en het besluit van de staatssecretaris.
De Afdeling stelt vast dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (2001/55/EG) en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 wordt verleend voor een initiële periode van één jaar, automatisch verlengd met telkens zes maanden tot maximaal drie jaar. De staatssecretaris had de facultatieve bepaling toegepast om ook derdelanders tijdelijke bescherming te bieden. De Afdeling oordeelt dat deze bescherming niet op nationaal niveau tussentijds kan worden beëindigd, maar dat de duur wordt bepaald door de richtlijn en het uitvoeringsbesluit.
De Afdeling concludeert dat de staatssecretaris niet bevoegd was de tijdelijke bescherming van derdelanders te beëindigen per 4 september 2023. Wel eindigt de tijdelijke bescherming van rechtswege op 4 maart 2024, omdat Nederland per 19 juli 2022 is teruggekomen op het verlenen van tijdelijke bescherming aan deze groep en de verlenging tot 4 maart 2025 niet op hen van toepassing is.
De Afdeling verwerpt klachten over schending van het vertrouwensbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel en evenredigheidsbeginsel, omdat geen toezeggingen waren gedaan over een langere bescherming en de bescherming rechtszeker en voorzienbaar eindigt op 4 maart 2024. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris worden vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De staatssecretaris was niet bevoegd om de tijdelijke bescherming van derdelanders per 4 september 2023 te beëindigen; deze eindigt van rechtswege op 4 maart 2024.