Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] (V-nummer: [V-nummer]), eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Mogabarat). Hij bleef fungeren als chauffeur, maar ging in die hoedanigheid mee op onderzoek. Hij ging mee naar arrestaties en invallen. Als iemand problemen had gemaakt of over de overheid had gepraat, dan gingen eiser en zijn collega’s deze persoon ophalen. Er werden ook criminelen gearresteerd. Eiser bleef bij zo’n inval of arrestatie in de auto wachten en hield de straat in de gaten. Soms deed hij ook zelf aan de inval mee. Hij heeft verklaard dat hij naar schatting meer dan twintig keer zelf heeft deelgenomen aan arrestaties van onder meer personen die zich negatief hadden uitgelaten over de president. Na hun arrestatie werden deze personen overgedragen aan de inlichtingendienst.
Wekalat Al Mogabarat Amn El Dawla) in Damascus. Hij werkte daar van 1996 tot ongeveer 2014. Het was een burgerfunctie (
Motatawe Madini) in het kader van vrijwillige reservistendienst, die hem was aangeboden toen hij in militaire dienst zat. Het was zijn taak om kranten, boeken, films en series in de gaten houden om te kijken wat er allemaal gezegd werd. Hij lette er dan op dat er geen negatieve dingen over de overheid werden gepubliceerd. Als hij iets opmerkte, schreef hij de naam van de journalist op. Er werd dan onderzoek gedaan naar het adres en die gegevens werden doorgestuurd naar de inlichtingendienst. Hij heeft een kopie van zijn werkpas overgelegd, afgegeven door de Syrische Arabische Republiek. Op die werkpas is zijn naam vermeld en is zijn functie is omschreven als ‘directeur van magazijnen’.
U vertelde in het aanmeldgehoor dat u in 1996 of 1997 een baan heeft gekregen bij de Syrische inlichtingendienst. Kunt u dit uitleggen?
U vertelde eerder dat u tot eind 2013 dit werk heeft gedaan. U zei: ‘Zodra het land naar de kloten ging heb ik het werk niet meer uitgevoerd’. Wanneer was dit moment?
de rechtbank leest: ‘personal participation’) omdat niet is komen vast te staan dat hij in de betreffende periodes heeft deelgenomen aan handelingen waarvan hij wist of had moeten weten dat het misdrijven als bedoel in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag betrof.