ECLI:NL:RVS:2024:1903
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling naar Syrië
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 1 september 2022 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 27 februari 2024 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet uitgezet zou worden voordat op het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Syrië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, waardoor uitzetting naar Syrië niet zal plaatsvinden. Echter is er geen aanleiding om aan te nemen dat het oordeel van de rechtbank dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag terecht op de vreemdeling is toegepast, zal worden vernietigd.
Daarom zag de voorzieningenrechter geen grond om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen en wees het verzoek af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 6 mei 2024 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen.