Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 3 september 2022. Verweerder heeft de asielaanvraag op 28 februari 2024 ingewilligd. Eiser handhaafde het beroep met betrekking tot de vraag of verweerder bestuurlijke dwangsommen had verbeurd.
De rechtbank oordeelt dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND uitsluit dat de artikelen van de Awb betreffende bestuurlijke dwangsommen op asielaanvragen van toepassing zijn. Dit betekent dat verweerder geen bestuurlijke dwangsommen kan verbeuren. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitleg in een eerdere uitspraak.
Omdat eiser met het beroep tegen het niet toekennen van dwangsommen geen procesbelang heeft, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Wel veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van € 437,50, omdat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag gegrond was en eiser daardoor het recht had om beroep in te stellen.