Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling met de Algerijnse nationaliteit, is op 30 december 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het onderzoek grotendeels schriftelijk gevoerd en het verzoek om een mondelinge behandeling afgewezen. De beoordeling richtte zich op de rechtmatigheid van de bewaring vanaf 1 maart 2024, het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep.
Eiser voerde onder meer aan dat de maatregel in strijd is met artikel 5 EVRM Pro en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en dat zijn godsdienstvrijheid (artikel 9 EVRM Pro) wordt geschonden doordat hij tijdens de Ramadan niet vrij de moskee kan bezoeken. Ook bracht hij medische omstandigheden in, waaronder een verleden met tuberculose.
De rechtbank oordeelde dat er geen nieuwe omstandigheden waren die het voortduren van de bewaring onrechtmatig maken. De medische situatie en het zicht op uitzetting naar Marokko rechtvaardigen de maatregel. De godsdienstvrijheid wordt niet geschonden omdat beperkingen zijn toegestaan ter bescherming van de openbare orde en eiser voldoende gelegenheid heeft zijn geloof te belijden binnen het detentiecentrum.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.