ECLI:NL:RBDHA:2024:4276
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit voor derdelander uit Oekraïne ongegrond verklaard
Eiser, een derdelander met de Marokkaanse nationaliteit die uit Oekraïne is gevlucht vanwege de oorlog, had sinds april 2022 tijdelijke bescherming in Nederland. Deze bescherming vloeit voort uit Richtlijn 2001/55/EG en werd oorspronkelijk toegekend voor één jaar met automatische verlengingen. De Raad van de Europese Unie heeft de tijdelijke bescherming voor Oekraïense ontheemden verlengd tot 4 maart 2025, maar deze verlenging geldt niet voor personen zoals eiser die op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne verbleven.
De staatssecretaris heeft het recht op tijdelijke bescherming van eiser beëindigd per 4 september 2023 en een terugkeerbesluit opgelegd. Na een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd geoordeeld dat de bescherming van deze groep van rechtswege eindigt op 4 maart 2024, heeft de staatssecretaris het eerdere besluit ingetrokken en een nieuw terugkeerbesluit van 7 februari 2024 uitgevaardigd.
Eiser voerde aan dat de Afdeling ten onrechte het verlengingsbesluit van de Raad had betrokken en dat hij niet was gehoord voorafgaand aan het terugkeerbesluit. De rechtbank oordeelt dat de Afdeling gemotiveerd heeft geoordeeld dat de bescherming voor deze groep eindigt op 4 maart 2024 en dat het terugkeerbesluit rechtmatig is. Ook is de hoorplicht niet geschonden omdat eiser eerder de gelegenheid had zijn zienswijze te geven en geen nieuwe omstandigheden heeft aangevoerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 27 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is ongegrond verklaard en het besluit is rechtmatig.