ECLI:NL:RBDHA:2024:4322
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor zijn familieleden. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft besloten.
De rechtbank stelt vast dat verweerder een eerste screening heeft uitgevoerd maar dat de aanvragen nog niet compleet zijn, waardoor nader onderzoek en mogelijk een gehoor nodig zijn. Daarom wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend geacht. Op basis van jurisprudentie wordt een termijn van twintig weken opgelegd waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500, en tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442. Ook wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 28 maart 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen, met dwangsommen en proceskostenveroordeling.