ECLI:NL:RBDHA:2024:4330
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering woningvormingsvergunning voor splitsing pand met hoofd- en nevenadres
Eiseres verzocht om een woningvormingsvergunning om een pand met twee adressen te splitsen in twee zelfstandige woningen. Verweerder weigerde de vergunning vanwege de schaarste aan woningen in alle segmenten binnen Den Haag. Eiseres voerde aan dat de woningen in het hogere segment vallen en dat schaarste daar niet speelt, en dat de feitelijke situatie al twee zelfstandige woningen betreft.
De rechtbank oordeelt dat de schaarste in alle segmenten doorwerkt en dat de gemeenteraad terecht een vergunningplicht heeft ingesteld voor het gehele grondgebied. De feitelijke situatie met twee adressen en aparte toegangen leidt niet tot een andere beoordeling, mede omdat het nevenadres geen zelfstandig adres is volgens de BRP.
Verder concludeert de rechtbank dat de weigering van de vergunning op goede gronden is gebaseerd, omdat het belang van het behoud van grotere woningen zwaarder weegt dan het belang van eiseres om het pand te splitsen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
Eiseres heeft procesbelang omdat zij schade heeft geleden door de weigering en de vertraging, maar het beroep wordt inhoudelijk ongegrond verklaard. Zij krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de woningvormingsvergunning.