ECLI:NL:RVS:2021:455
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering omgevingsvergunning voor legalisatie en vergroting tuinhuis
Bij besluit van 11 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rheden bekendgemaakt dat aan de vergunninghouder van rechtswege een omgevingsvergunning was verleend voor de bouw van een woning op een perceel te Dieren. Het perceel bevatte een tuinhuis zonder vergunning, dat sinds 2011 werd verhuurd aan appellant, die het als woning gebruikte. De vergunningaanvraag had tot doel het tuinhuis te legaliseren en te vergroten.
Het college heeft op 29 juni 2018 het besluit van 11 januari 2018 herroepen en de vergunning alsnog geweigerd wegens strijd met de Bouwverordening en het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde dat hij schade had geleden doordat de weigering leidde tot het mislopen van de koop van het tuinhuis, waardoor hij moest verhuizen en hogere huur betaalde.
De Raad van State oordeelde dat de door appellant gestelde schade niet als rechtstreeks gevolg van het besluit kon worden aangemerkt, mede omdat bewoning van het tuinhuis niet was toegestaan en appellant een last onder dwangsom had gekregen om de bewoning te staken. Ook was de woning vanwege faillissement openbaar verkocht zonder ontbindende voorwaarde voor de vergunning. Daarom ontbrak procesbelang en werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.