ECLI:NL:RBDHA:2024:4344
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens schending inspanningsverplichting tijdens strafdetentie
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, zat van 23 december 2023 tot 12 januari 2024 een onherroepelijke gevangenisstraf uit. Verweerder kende de einddatum van deze strafdetentie en was verplicht om de overdracht van eiser te regelen om onnodige bewaring te voorkomen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder pas na de inbewaringstelling is begonnen met het regelen van de feitelijke overdracht, ondanks dat er al een claimakkoord en overdrachtsbesluit bestonden. Dit leidde tot een onnodig lange bewaring, wat een schending van de inspanningsverplichting inhoudt.
Hoewel een schending niet automatisch onrechtmatigheid betekent, weegt de belangenafweging uit in het voordeel van eiser, omdat verweerder geen tegenbelangen heeft gesteld en de overdracht aan Duitsland reeds was voorbereid. De bewaring was daarom onrechtmatig vanaf het moment van opleggen.
De rechtbank kent een schadevergoeding toe voor twaalf dagen onrechtmatige vrijheidsontneming, bestaande uit verblijf in een politiecel en detentiecentrum, ter hoogte van €1.230,-. Tevens worden de proceskosten van €1.750,- aan verweerder opgelegd.
Het beroep wordt gegrond verklaard en eiser is inmiddels overgedragen aan Duitsland, waardoor invrijheidstelling niet meer mogelijk is.
Uitkomst: De bewaring was onrechtmatig wegens schending van de inspanningsverplichting en eiser ontvangt een schadevergoeding van €1.230.