ECLI:NL:RBDHA:2024:4420
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsingsbesluit en vrijheidsbeperkende maatregel in HTL Hoogeveen
Eiser, van Somalische nationaliteit, verbleef sinds 2019 in opvang van het COa en werd meerdere malen negatief in beeld gebracht vanwege agressief en destructief gedrag. Het COa besloot hem daarom per 28 januari 2024 te plaatsen in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en legde een vrijheidsbeperkende maatregel op.
Eiser voerde aan dat zijn psychische problemen onvoldoende waren meegewogen en dat de plaatsing in een isolatiekamer (ROV-kamer) zonder geldige titel vrijheidsontneming zou zijn. Het COa stelde dat er geen contra-indicatie was en dat de medische situatie was geverifieerd door het GZA. De rechtbank nam het procesbelang van eiser aan en behandelde het beroep inhoudelijk.
De rechtbank oordeelde dat het COa op goede gronden en voldoende gemotiveerd had besloten tot plaatsing in de HTL, mede door de opeenstapeling van incidenten met grote impact. De medische omstandigheden waren voldoende meegewogen en het GZA had geen contra-indicatie gegeven. De rechtbank bevestigde dat plaatsing in de HTL geen vrijheidsontneming inhoudt zolang de mogelijkheid bestaat de HTL te verlaten.
Het beroep tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen het beroep tegen het plaatsingsbesluit staat hoger beroep open, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel zijn ongegrond verklaard.