ECLI:NL:RBDHA:2024:6355
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsing en vrijheidsbeperking in Handhaving- en Toezichtlocatie te Hoogeveen
Eiser is op 16 februari 2024 geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen na ernstige incidenten, waaronder brandstichting en zelfbeschadiging, die een grote impact hadden. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) en de staatssecretaris legden een vrijheidsbeperkende maatregel op, gebaseerd op de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser voerde aan dat zijn psychische problemen een contra-indicatie vormden voor plaatsing, dat de vrijheidsbeperking onrechtmatig was en dat zijn rechten onder artikel 3 en Pro 8 EVRM werden geschonden. De rechtbank oordeelde dat de psychische situatie zorgvuldig was beoordeeld door GezondheidsZorg Asielzoekers en dat geen medische redenen bestonden om plaatsing te weigeren. De stellingen van eiser waren onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verwierp ook het beroep op het FMS-arrest en het argument dat de vrijheidsbeperking onrechtmatig was, mede omdat eiser nog geen 13 weken in de HTL verbleef en hij de HTL voortijdig kan verlaten. Daarnaast werd geoordeeld dat er geen individuele omstandigheden waren die schending van artikel 3 en Pro 8 EVRM aannemelijk maakten.
Gelet op de ongegrondverklaring van het beroep tegen het plaatsingsbesluit, werd ook het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen het plaatsingsbesluit staat hoger beroep open, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel in de HTL te Hoogeveen zijn ongegrond verklaard.