ECLI:NL:RBDHA:2024:4445
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek wegens afwezigheid medische noodsituatie binnen 3-6 maanden
Deze bestuursrechtelijke procedure betreft het beroep van eiser tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om geen uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eerder was ambtshalve voorlopig uitstel verleend vanwege de gezondheidstoestand van eiser, maar dit werd niet verlengd.
De rechtbank heeft het BMA-advies van 3 november 2023 als uitgangspunt genomen, waarin wordt gesteld dat ondanks de psychische klachten van eiser geen medische noodsituatie binnen drie tot zes maanden wordt verwacht. Eiser voerde aan dat zonder verdere medische behandeling in Guinee een ernstige verslechtering van zijn gezondheid te verwachten is, maar kon dit niet voldoende onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk heeft betrokken bij zijn besluitvorming en dat eiser geen concrete aanwijzingen heeft gegeven die twijfel aan de juistheid van het advies rechtvaardigen. Ook was er geen noodzaak tot nader onderzoek naar de beschikbaarheid van gespecialiseerde hulp of medicatie in Guinee.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser werd vrijgesteld van griffierecht, maar kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Schaaf op 21 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen uitstel van vertrek te verlenen is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.