ECLI:NL:RBDHA:2024:4494
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken procesbelang
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland als familie- of gezinslid. Deze aanvraag werd afgewezen omdat onvoldoende was aangetoond dat sprake was van een duurzame en exclusieve relatie. Tevens werd een belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro negatief beoordeeld. Na een eerdere ongewenstverklaring die later werd opgeheven, werd eiser op 23 november 2023 uitgezet naar Marokko.
Eiser stelde in beroep dat er wel degelijk sprake was van een duurzame relatie en dat de afwijzing onzorgvuldig was omdat hij niet de gelegenheid kreeg zijn medisch dossier te overleggen. Ook voerde hij aan dat de belangenafweging onjuist was, mede vanwege de zorgsituatie van zijn partner en de impact van de uitzetting op hun relatie.
De gemachtigde van eiser meldde echter dat zij sinds de uitzetting geen contact meer had met eiser en niet gemachtigd was het beroep in te trekken. De rechtbank oordeelde dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke behandeling van het beroep en derhalve geen procesbelang meer heeft.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij het griffierecht en proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Garabitian op 22 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na zijn uitzetting naar Marokko.