ECLI:NL:RVS:2013:1620
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen inreisverbod wegens gebrek aan belang
De minister vaardigde op 6 juni 2012 een inreisverbod uit tegen de vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank 's-Gravenhage, die het beroep gegrond verklaarde en het inreisverbod vernietigde. De minister ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
Tijdens de procedure bleek dat de vreemdeling op 9 juli 2012 naar Wit-Rusland was uitgezet en sindsdien geen contact meer had met haar gemachtigde. Dit leidde tot de conclusie dat de vreemdeling kennelijk geen prijs meer stelde op een inhoudelijke beoordeling van haar beroep tegen het inreisverbod.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep ontvankelijk had verklaard en vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het het beroep gegrond verklaarde. De Raad verklaarde het beroep tegen het inreisverbod niet-ontvankelijk wegens gebrek aan rechtens te beschermen belang. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.