Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
[betrokkene] ,
Procesverloop
31 december 2022;
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlening van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van cliënt, geboren in 1934, op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).
Cliënt lijdt aan een ernstige neurocognitieve stoornis die leidt tot ernstig nadeel, waaronder zelfverwaarlozing, valgevaar en incontinentie. Ondanks thuiszorg en hulp bij het eten, weigert cliënt regelmatig hulp en vertoont verzet tegen opname. De rechtbank concludeert dat opname noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn.
De advocaat van cliënt voerde aan dat het indicatiebesluit niet rechtsgeldig is omdat er geen persoonlijk onderzoek heeft plaatsgevonden, zoals vereist in artikel 3.2.2 lid 1 van het Besluit langdurige zorg. De rechtbank oordeelt echter dat het CIZ voldoende heeft aangetoond dat cliënt persoonlijk is onderzocht en dat het indicatiebesluit rechtsgeldig is.
Op basis van de feiten en de medische verklaringen verleent de rechtbank de machtiging voor de duur van zes maanden, tot en met 20 juni 2024, en wijst het overige verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden ondanks het verzet van cliënt en betwisting van het indicatiebesluit.