ECLI:NL:RBDHA:2024:4516
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak niet-ontvankelijk wegens ontbreken terugkeerbesluit
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 2 april 2024 uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening in een vreemdelingenrechtelijke zaak. Verzoeker heeft een verzoek ingediend zonder het besluit waarop het geschil betrekking heeft, namelijk het terugkeerbesluit, te overleggen. De rechtbank heeft verzoeker hierom verzocht dit binnen een week te herstellen.
Verzoeker overlegde een brief van de staatssecretaris van 8 februari 2024 waarin werd medegedeeld dat verzoeker onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming viel tot 4 maart 2024 en dat hij daarna een nieuw terugkeerbesluit zou ontvangen. Verzoeker gaf aan dit besluit niet te hebben ontvangen vanwege verkeerde adressering door de staatssecretaris. De staatssecretaris bevestigde dat na de brief van 8 februari 2024 geen verdere stukken aan het dossier zijn toegevoegd.
Gezien het ontbreken van het terugkeerbesluit concludeert de voorzieningenrechter dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Dit betekent dat het verzoek niet inhoudelijk wordt beoordeeld en dat er geen proceskostenveroordeling volgt. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter F. Sijens en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het terugkeerbesluit.