ECLI:NL:RBDHA:2024:4583
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak rechtbank inzake interstatelijk vertrouwensbeginsel Kroatië ongegrond verklaard
Opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 7 februari 2024, waarin zijn beroep tegen een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ongegrond werd verklaard zonder zitting. Opposant betwist de toepassing van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië en wijst op zijn medische klachten.
De rechtbank heeft het verzet op 19 maart 2024 behandeld en overwogen dat het verzet zich beperkt tot de vraag of de rechtbank ten onrechte zonder zitting heeft geoordeeld. De argumenten van opposant zijn grotendeels herhalingen van eerdere beroepsgronden en leiden niet tot twijfel over de uitkomst.
De rechtbank stelt vast dat de uitkomst in lijn is met de rechtspraak van de hoogste bestuursrechter en dat de medische klachten van opposant geen reden geven om aan te nemen dat behandeling in Kroatië niet mogelijk is. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel is onvoldoende geconcretiseerd.
Daarom is de vereenvoudigde behandeling zonder zitting terecht toegepast en wordt het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet tegen de uitspraak wordt ongegrond verklaard en de vereenvoudigde behandeling zonder zitting bevestigd.