Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 27 maart 2024 het beroep van een vreemdeling tegen het besluit van 13 maart 2024 waarbij de maatregel van bewaring was opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De vreemdeling had geen geldige identiteitsdocumenten bij zich en verweerder was niet op de hoogte van een asielaanvraag in Duitsland.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor bewaring toereikend waren, omdat de vreemdeling Nederland was binnengekomen zonder geldige grensoverschrijdingsdocumenten, wat een zware bewaringsgrond vormt. Daarnaast was er sprake van een significant risico op onttrekking aan het toezicht. De rechtbank verwierp het verweer dat een lichter middel had moeten worden toegepast, mede vanwege de medische voorzieningen in het detentiecentrum en de korte duur van de bewaring.
Verder werd vastgesteld dat het niet schriftelijk verstrekken van de maatregel in een begrijpelijke taal een procedureel gebrek vormde, maar dat dit de belangen van de vreemdeling niet had geschaad omdat hij rechtsbijstand had gekregen en beroep had kunnen instellen. Ook het ontbreken van een asieladvocaat werd niet als onrechtmatig beoordeeld, omdat de vreemdeling zelf had kunnen aangeven asiel te willen aanvragen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en legde geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.