ECLI:NL:RBDHA:2024:4779
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum uitstel van vertrek op medische gronden
Eiser, van Congolese nationaliteit, verzocht om uitstel van vertrek op grond van zijn medische situatie. De staatssecretaris wees het primaire verzoek af, maar verklaarde het bezwaar gegrond en verleende uitstel van vertrek met ingang van 6 november 2023, de datum waarop eiser aanvullende bewijsstukken over de feitelijke ontoegankelijkheid van medische zorg in Congo aanleverde.
Eiser betwistte de ingangsdatum en stelde dat zijn aanvraag al eerder compleet was, namelijk bij ontvangst van de toestemmingsverklaring of het aanvraagformulier. De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat de staatssecretaris terecht de datum van 6 november 2023 hanteerde, omdat toen pas alle relevante bewijsmiddelen waren overgelegd.
De rechtbank motiveerde dit oordeel aan de hand van de Vreemdelingencirculaire en het advies van het Bureau Medische Advisering, waarbij de bewijslast bij de vreemdeling ligt om aan te tonen dat noodzakelijke medische zorg niet toegankelijk is. Eiser overhandigde op 6 november 2023 onder meer bewijs over de kosten van behandeling, het inkomen in Congo en de afwezigheid van financiële ondersteuning voor psychische zorg, waarmee hij zijn aanvraag compleet maakte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de staatssecretaris de ingangsdatum van het uitstel van vertrek juist heeft vastgesteld. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de ingangsdatum van het uitstel van vertrek juist is vastgesteld op 6 november 2023.