Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 29 september 2023 had bepaald dat verweerder binnen twaalf weken opnieuw moest beslissen. Omdat verweerder niet binnen deze termijn heeft beslist, is het beroep gegrond verklaard.
De rechtbank overweegt dat een ingebrekestelling in dit geval niet vereist was vanwege de uitdrukkelijke termijn die eerder was gesteld en inmiddels was verstreken. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van acht weken op, korter dan het gebruikelijke 8+8 wekenmodel, vanwege de reeds overschreden 21 maanden-termijn waarbinnen de asielaanvraag behandeld moet zijn.
Daarnaast wordt verweerder verplicht een dwangsom van € 100,- per dag te betalen bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 7.500,-. Ook wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser ter hoogte van € 437,50 vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 29 maart 2024.