Eiser, voormalig chauffeur en logistiek medewerker, vroeg een WIA-uitkering aan die door het UWV werd afgewezen op grond van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 10,48%. Na bezwaar en beroep benoemde de rechtbank deskundigen, waaronder een psychiater en een verzekeringsarts, die aanvullende rapporten opstelden.
De psychiater constateerde persoonlijkheidsproblematiek, verslaving en stemmingsstoornissen met beperkingen in sociale en cognitieve functies, en adviseerde een urenbeperking van 20 uur per week. De verzekeringsarts concludeerde dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) grotendeels adequaat waren, maar paste de FML in beroep aan op basis van het deskundigenrapport, met een urenbeperking van maximaal 24 uur per week.
De rechtbank volgde het oordeel van de verzekeringsarts en oordeelde dat de FML correct was aangepast, dat de arbeidsdeskundige passende functies had aangeduid en dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het bestreden besluit was daardoor in strijd met de Awb tot stand gekomen, maar het beroep werd gegrond verklaard zonder wijziging van de rechtsgevolgen. Vergoeding van griffierecht en proceskosten werd toegewezen.