ECLI:NL:RBDHA:2024:4936
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30c van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank behandelde het beroep op 2 april 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank onderzocht of eiser nog procesbelang had. Uit vaste rechtspraak volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder de gemachtigde te informeren, wordt aangenomen dat hij geen prijs meer stelt op de bescherming. Dit geldt tenzij de vreemdeling contact onderhoudt met zijn gemachtigde en nog in Nederland verblijft.
In deze zaak is niet in geschil dat eiser op 28 februari 2024 met onbekende bestemming vertrok en de gemachtigde op 29 maart 2024 meldde geen contact te hebben en de verblijfplaats niet te kennen. De rechtbank concludeert dat eiser geen procesbelang meer heeft en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.