ECLI:NL:RBDHA:2024:4937
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na behandeling beroep
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde deze aanvraag buiten behandeling bij besluit van 15 maart 2024. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 2 april 2024, samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL24.12131). Verzoeker was niet aanwezig vanwege verhindering, terwijl de staatssecretaris werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.
Gezien de gelijktijdige behandeling en uitspraak in de hoofdzaak achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 8 april 2024 gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.