ECLI:NL:RBDHA:2024:4971
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Polen
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 19 oktober 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Polen op grond van het Dublinverdrag verantwoordelijk is, gezien het eerder afgegeven Schengenvisum door Polen.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mocht worden omdat hij risico loopt op onmenselijke behandeling in Polen vanwege zijn LHBTI-status, pushbacks en een ondeugdelijke asielprocedure. Hij verzocht ook om aanhouding van het beroep in afwachting van prejudiciële vragen van het Hof van Justitie.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in principe geldt en dat eiser onvoldoende concrete en zwaarwegende aanwijzingen had geleverd dat Polen zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De rechtbank nam daarbij de recente jurisprudentie van het Hof van Justitie en eerdere uitspraken in vergelijkbare zaken in acht.
De rechtbank concludeerde dat de situatie van LHBTI’ers in Polen niet zodanig is dat sprake is van systematische schendingen die overdracht verbieden. Ook de asielprocedure in Polen werd niet als ondeugdelijk beoordeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Polen wordt ongegrond verklaard.