ECLI:NL:RBDHA:2024:4978
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing opvolgende asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens te late indiening zonder Bahaddar-omstandigheden
Eiseres en haar minderjarige zoon, beiden Nigeriaanse nationaliteit, dienden een opvolgende asielaanvraag in die op 6 december 2023 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep tegen dit besluit werd ingediend op 19 december 2023, na de in het besluit gestelde termijn van één week. De rechtbank oordeelt dat de beroepstermijn terecht op één week is gesteld vanwege de kennelijk ongegronde afwijzing en dat het beroep te laat is ingediend.
De rechtbank beoordeelt vervolgens of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De huidige gemachtigde was niet op de hoogte van de termijnoverschrijding en vroeg om aanhouding, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de ontvankelijkheid ambtshalve wordt getoetst en het dossier volledig had moeten worden overgedragen. Er is geen verschoonbare reden voor de te late indiening.
Vervolgens toetst de rechtbank of Bahaddar-omstandigheden aanwezig zijn die de nationale procedureregel buiten toepassing zouden laten om schending van artikel 3 EVRM Pro te voorkomen. De rechtbank concludeert dat deze omstandigheden niet aanwezig zijn, mede omdat het standpunt van verweerder dat de vrees voor vervolging ongeloofwaardig is, niet evident onjuist is. De rechtbank wijst erop dat de verklaringen van eiseres inconsistent zijn en dat de overgelegde documenten onvoldoende bewijs leveren.
Daarmee verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag op 21 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden en zonder Bahaddar-omstandigheden.