ECLI:NL:RBDHA:2024:4979
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen Dublin-overplaatsing zonder procesbelang niet-ontvankelijk verklaard
Opposante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betreffende een Dublin-overplaatsing naar Frankrijk. De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond omdat het interstatelijk vertrouwensbeginsel met Frankrijk geldt.
Opposante stelde in verzet dat de procedure niet eerlijk was en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer toepasbaar is vanwege de slechte opvangomstandigheden in Frankrijk en haar medische situatie. Zij stelde dat de staatssecretaris haar zaak had moeten heroverwegen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelde dat opposante geen procesbelang meer heeft omdat zij met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met haar gemachtigde. Hierdoor is het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en griffier, en is openbaar bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzet en het verzoek om voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.