ECLI:NL:RBDHA:2024:4992
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding na bedrijfsongeval tijdens militaire brancardrace
Verzoeker, deelnemer aan een militaire opleiding bij de Luchtmobiele Brigade, liep tijdens een brancardrace op 22 maart 2019 een knieblessure op doordat hij in een moddergat zakte. Hij vorderde vergoeding van de geleden en nog te lijden schade van de staatssecretaris van Defensie, stellende dat de zorgplicht was geschonden doordat het oefenterrein niet was geprepareerd en er geen risicoanalyse was gemaakt.
De rechtbank overwoog dat de zorgplicht inhoudt dat het bestuursorgaan redelijke maatregelen moet treffen om schade te voorkomen, maar dat dit niet betekent dat het oefenterrein vooraf geëgaliseerd moet worden, zeker niet bij zware militaire oefeningen die juist gericht zijn op functioneren onder zware omstandigheden. De rechtbank vond dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de noodzakelijke maatregelen waren getroffen, zoals toezicht en controle vooraf.
Verzoeker kon niet aannemelijk maken dat de zorgplicht was geschonden of dat verweerder anderszins tekort was geschoten. De rechtbank erkende de ingrijpende gevolgen van het ongeval voor verzoeker, maar oordeelde dat dit geen grond geeft voor aansprakelijkheid van verweerder.
Daarom wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af en bepaalde dat verweerder de proceskosten niet hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de zorgplicht niet is geschonden.