ECLI:NL:RBDHA:2024:5051

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 maart 2024
Publicatiedatum
10 april 2024
Zaaknummer
NL23.36924
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.J.J. Derks - Voncken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 DublinverordeningArt. 14 Verordening (EU) nr. 603/2013Art. 17 DublinverordeningOpvangrichtlijnKwalificatierichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen overdracht aan Spaanse autoriteiten op grond van Dublinverordening ondanks bijzondere individuele omstandigheden

Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 18 juli 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening, gebaseerd op Eurodac-gegevens die aantonen dat eiser illegaal via Spanje de EU binnenkwam. Eiser betoogde dat zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder een chronisch zieke zoon in Irak en aangetrouwde familie in Nederland, een inhoudelijke behandeling in Nederland rechtvaardigen.

De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel tussen lidstaten geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Spanje tekortschiet in opvang of procedure. Ook het gedwongen afnemen van vingerafdrukken in Spanje leidt niet tot het doorbreken van dit vertrouwensbeginsel. De rechtbank verwierp het beroep op bijzondere individuele omstandigheden zoals gezinshereniging en medische zorg, omdat deze niet binnen het toepassingsbereik van de Dublinverordening vallen of onvoldoende zijn onderbouwd.

De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht heeft besloten tot overdracht aan Spanje en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter N.J.J. Derks - Voncken op 1 maart 2024.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot overdracht aan Spanje wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.36924

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. I. Wudka),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: M. Hamzaoui).

Inleiding

1. De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 23 november 2023 de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat de Spaanse autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de inhoudelijke behandeling daarvan. De staatssecretaris heeft bepaald dat eiser zal worden overgedragen aan de Spaanse autoriteiten.
2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Daarnaast heeft eiser de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen (zaaknummer NL23.36925).
3. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 21 februari 2024 op zitting behandeld. Daaraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, de tolk van eiser (A. Koudan) en de gemachtigde van de staatssecretaris. Daarnaast is een vriend van eiser verschenen als toehoorder.

Beoordeling door de rechtbank

4. Eiser stelt dat hij de Syrische nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [geboortedatum] 1972. Op 18 juli 2023 heeft hij een asielaanvraag ingediend.
5. De staatssecretaris heeft die aanvraag met het bestreden besluit van 23 november 2023 niet in behandeling genomen, omdat de Spaanse autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de inhoudelijke behandeling daarvan. De staatssecretaris heeft bepaald dat eiser zal worden overgedragen aan de Spaanse autoriteiten. Daaraan heeft de staatssecretaris ten grondslag gelegd dat uit Eurodac is gebleken dat eiser op 12 juli 2023 illegaal via Spanje het grondgebied van de lidstaten is ingereisd. Daarom heeft de staatssecretaris op 11 september 2023 de Spaanse autoriteiten gevraagd om eiser over te nemen op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening. De Spaanse autoriteiten zijn daarmee akkoord gegaan op 19 september 2023.
Wat stelt eiser?
6. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij stelt dat de staatssecretaris gelet op zijn persoonlijke omstandigheden zijn asielaanvraag inhoudelijk kan behandelen. Hij heeft een chronisch zieke zoon die verblijft bij zijn moeder in Irak. Eiser wil graag dat zijn zieke zoon en andere zoon naar Nederland toe komen. Hij voert aan dat de staatssecretaris een onderzoeksplicht heeft. De staatssecretaris had moeten onderzoeken of zijn zieke zoon in Irak de juiste zorg krijgt. Daarnaast heeft hij aangetrouwde familie in Nederland wonen. Ook voert eiser aan dat zijn bedoeling was om naar Nederland toe te komen. Hij heeft in Spanje gedwongen zijn vingerafdrukken moeten afgeven en moest Spanje onmiddellijk verlaten. Hij heeft geen vertrouwen in de Spaanse autoriteiten. Zo is er geen opvang.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
7. De rechtbank oordeelt als volgt.
Het interstatelijk vertrouwensbeginsel
8. De rechtbank overweegt dat ten aanzien van Spanje nog altijd van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. [1] Het is daarom aan eiser om aannemelijk te maken dat er sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen zodat daarvan niet langer kan worden uitgegaan. De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser daarin niet is geslaagd en overweegt daarover het volgende.
De (gedwongen) afname van vingerafdrukken
9. De staatssecretaris heeft in het bestreden besluit terecht overwogen dat uit artikel 14 van Pro de Verordening (EU) nr. 603/2013 volgt dat de lidstaten verplicht zijn om illegale vreemdelingen die het grondgebied van de lidstaten binnenkomen te registreren door middel van het afnemen van vingerafdrukken en dat eiser erover kan klagen bij de daarvoor geschikte instanties in Spanje als hij vindt dat de autoriteiten van Spanje daarbij disproportioneel of onrechtmatig hebben gehandeld ten opzichte van hem. De stelling van eiser dat zijn vingerafdrukken in Spanje gedwongen zijn afgenomen, leidt daarom niet tot het oordeel dat ten aanzien van Spanje niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
De opvangvoorzieningen in Spanje
10. Ook heeft de staatssecretaris terecht overwogen dat de Spaanse autoriteiten door middel van het claimakkoord van 19 september 2023 hebben gegarandeerd dat zij de asielaanvraag van eiser in behandeling zullen nemen. Daarbij is van belang dat de Opvangrichtlijn, Kwalificatierichtlijn en Procedurerichtlijn ook gelden ten aanzien van de asielprocedure in Spanje. De staatssecretaris heeft terecht opgemerkt dat eiser erover kan klagen bij de (hogere) Spaanse autoriteiten als hij meent dat Spanje in strijd handelt met deze richtlijnen en met wat daarin staat over opvang. Er is niet gebleken dat die mogelijkheid voor eiser niet bestaat. Bovendien heeft de staatssecretaris daarbij terecht van belang geacht dat eiser geen asielaanvraag heeft ingediend in Spanje en daardoor geen persoonlijke ervaring heeft met de kwaliteit van de asielprocedure en de opvangvoorzieningen. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van de staatssecretaris tevens terecht opgemerkt dat dit (hoogstwaarschijnlijk) de reden is geweest dat eiser Spanje onmiddellijk heeft moeten verlaten.
Bijzondere individuele omstandigheden
11. De rechtbank is tevens van oordeel dat de staatssecretaris zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat er geen sprake is van dusdanige bijzondere individuele omstandigheden dat hij onverplicht toepassing moet geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. De rechtbank overweegt daarover het volgende.
De bedoeling van eiser om naar Nederland te komen
12. De staatssecretaris heeft terecht overwogen dat in de Dublinverordening criteria zijn vastgesteld voor het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat en dat bij het toepassen daarvan de bedoeling van eiser om naar Nederland te komen niet bepalend is.
Gezinshereniging met zijn zoons
13. De staatssecretaris heeft verder over de wens van eiser om te worden herenigd met zijn zoons terecht overwogen dat gezinshereniging in het kader van de Dublinverordening ziet op het bijeenhouden en/of bijeenbrengen van gezinsleden die reeds wettig in een van de Dublinlidstaten verblijven en niet op het herenigen van familieleden die verblijven in een derde land. De Dublinverordening is niet bedoeld als route waarlangs op reguliere gronden verblijf bij een familie of- gezinslid wordt beoogd. De staatssecretaris heeft verder terecht overwogen dat eiser niet heeft aangetoond waarom een gezinsherenigingsprocedure in Spanje niet mogelijk zou zijn en dat hij zich bij mogelijke problemen kan wenden tot de Spaanse autoriteiten of de daartoe geëigende instanties. Er is niet gebleken dat de autoriteiten van Spanje eiser op voorhand niet kunnen of willen helpen.
Gezinshereniging met zijn zieke zoon
14. De staatssecretaris heeft over de wens van eiser om te worden herenigd met zijn zieke zoon (in aanvulling op het bovenstaande) ook terecht overwogen dat er geen aanwijzingen zijn waaruit blijkt dat Nederland het meest geschikte land is om eisers zoon te behandelen. Daarnaast heeft de staatssecretaris terecht overwogen dat eiser niet heeft aangetoond dat zijn zoon de medische behandeling die hij nodig heeft niet in Spanje kan krijgen. Op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag er immers van worden uitgegaan dat de medische voorzieningen in Spanje van vergelijkbare kwaliteit zijn en dat deze voorzieningen ook beschikbaar zijn. In tegenstelling tot eiser is de rechtbank met de staatssecretaris van oordeel dat niet van de staatssecretaris kan worden verwacht dat hij onderzoekt of de zoon van eiser in Irak de juiste medische behandeling krijgt.
Aangetrouwde familie
15. Tot slot heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat de enkele omstandigheid dat er aangetrouwde familie van eiser in Nederland woont, geen dusdanige bijzondere individuele omstandigheid is dat hij onverplicht toepassing moet geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening.

Conclusie en gevolgen

16. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit standhoudt.
17. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.J.J. Derks - Voncken, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.M.J. Caris, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 1 maart 2024
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit bevestigd in de uitspraak van 27 januari 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:364).