ECLI:NL:RBDHA:2024:5123
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging Afghanistan naar Nederland wegens niet-vallen onder speciale voorziening
Eiser, voormalig medewerker van de National Directorate of Security (NDS) in Afghanistan, verzocht om overbrenging naar Nederland samen met zijn gezin. Hij stelde dat hij vanwege zijn werkzaamheden voor Nederlandse instanties in aanmerking kwam voor overbrenging. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet tot de twee groepen behoort die in de Kamerbrief van 11 oktober 2021 zijn aangewezen voor speciale overbrenging.
Eiser voerde aan dat hij onder de motie Belhaj valt en dat het kabinet hem op grond daarvan had moeten overbrengen. Ook stelde hij dat het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel waren geschonden en dat hij ten onrechte niet was gehoord in de bezwaarfase. De rechtbank oordeelde dat de motie Belhaj niet meer onverkort van toepassing is en dat de toezegging van het kabinet geen individuele rechten aan eiser verleent.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser niet voldoet aan de criteria van de speciale voorziening, omdat hij niet kan aantonen dat hij ten minste een jaar substantiële werkzaamheden heeft verricht voor Defensie of EUPOL in een zichtbare functie. Het beroep op het Raadsbesluit en het vertrouwensbeginsel faalde eveneens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk. Verweerder werd veroordeeld tot een proceskostenvergoeding van €875,-.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om overbrenging wordt ongegrond verklaard en het eerdere beroep niet-ontvankelijk.