ECLI:NL:RBDHA:2024:5134
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker diende op 11 oktober 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 3 oktober 2022. De staatssecretaris nam op 19 februari 2024 een inwilligend besluit, waarna verzoeker op 26 februari 2024 het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank stelde vast dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden door een geldige verlenging met negen maanden was verlengd op grond van het WBV 2022/22, waardoor de ingebrekestelling van 25 september 2023 prematuur was en het beroep niet ontvankelijk.
Omdat het beroep niet ontvankelijk was, was er geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen door de staatssecretaris in de zin van artikel 8:75a Awb. De rechtbank wees het verzoek tot proceskostenvergoeding als kennelijk ongegrond af.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.