ECLI:NL:RBDHA:2024:5192
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor behoud tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne
De verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, heeft een verzoek ingediend om de beëindiging van zijn tijdelijke bescherming op te schorten. De staatssecretaris had dit verzoek afgewezen omdat het recht op tijdelijke bescherming van rechtswege op 4 maart 2024 eindigt, conform een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De voorzieningenrechter overweegt dat de procedure zich niet leent voor een voorlopig oordeel over het besluitkarakter van de afwijzing en wijst het verzoek toe. Dit betekent dat de verzoeker voorlopig wordt behandeld als een vreemdeling die onder Richtlijn 2001/55/EG valt, waardoor hij niet hoeft te vertrekken, zijn recht op opvang behoudt en mag blijven werken.
Daarnaast krijgt verzoeker een proceskostenvergoeding van € 875,- toegekend, te betalen door de staatssecretaris. De uitspraak is zonder zitting gedaan en bindt niet in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen, waardoor verzoeker zijn tijdelijke bescherming behoudt tot het beroep is beslist.