ECLI:NL:RBDHA:2024:5194
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor behoud tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoekster, een derdelander uit Oekraïne, heeft een verzoek ingediend om voorlopige voorziening nadat de staatssecretaris haar verzoek tot opschorting van de beëindiging van haar tijdelijke bescherming had afgewezen. De staatssecretaris stelde dat het recht op tijdelijke bescherming van verzoekster van rechtswege op 4 maart 2024 eindigt, conform een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De voorzieningenrechter overweegt dat de procedure zich niet leent voor een voorlopig oordeel over het besluitkarakter van de brief van 20 maart 2024, maar wijst het verzoek toe op grond van recente voorlopige voorzieningen van de Afdeling bestuursrechtspraak. Deze voorzieningen houden in dat vreemdelingen worden behandeld alsof zij nog onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vallen totdat het hoger beroep is beslist.
De toewijzing van de voorlopige voorziening betekent dat verzoekster voorlopig niet hoeft te vertrekken uit Nederland, haar recht op opvang behoudt en mag blijven werken. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 875,- voor de door de gemachtigde van verzoekster verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is zonder zitting gedaan en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoekster behoudt haar tijdelijke bescherming totdat op het beroep is beslist.